Poisson

Aquacultuur

In 2012 bereikte de aquacultuur een nieuw historisch productierecord: sinds dat jaar levert deze sector immers bijna de helft van de vis die voor menselijke consumptie bestemd is. Dat aandeel zou tegen 2030 naar 62% moeten stijgen. Als aquacultuur op een verantwoorde manier toegepast wordt, zou de techniek duurzame voordelen kunnen bieden op het vlak van leefmilieu en voedselveiligheid. Ze zou immers een oplossing kunnen bieden voor de overbevissing en mee kunnen helpen voldoen aan de groeiende vraag naar visproducten. De grote, niet duurzame industriële kwekerijen zijn evenwel geen oplossing want die hebben enorm zware milieueffecten.

Aquacultuur gebruikt meer dan een kwart van de vissen die afkomstig zijn van de visserij en zal het probleem van de overbevissing dus eerder erger maken in plaats van het op te lossen. De meeste gekweekte vissen zijn immers vleeseters en hebben dus grote hoeveelheden wilde vis nodig als voer. Om 1 kg zalm, zeebaars of zeebrasem te kweken is 4 kg meel van wilde vissen nodig.

Er zit over het algemeen veel te veel vis in de aquacultuurboerderijen. Zo dicht op elkaar gepakt zitten, vergroot de gezondheidsrisico’s (parasieten, ziekten, …). Die risico’s gelden ook voor de wilde soorten, die minder resistent zijn en de ziekten kunnen overnemen van soorten die in de buurt gekweekt worden. Om die risico’s tegen te gaan, moet de industriële kwekerij massaal antibiotica en pesticiden gebruiken, die vervolgens in het visvlees, maar ook in het omringende zeemilieu terechtkomen.

Aquacultuur brengt tal van afvalstoffen voort: alle zalmkwekerijen in Schotland samen produceren elke dag een hoeveelheid uitwerpselen die even groot is als die van de 600.000 inwoners van Edinburgh. De zeebodem sterft, vervuild door de uitwerpselen en voedselresten die daar afgezet worden en rotten. De verspreiding van voedselafval van de kwekerijen, een andere bron van vervuiling, veroorzaakt een opeenstapeling van organisch materiaal, met lokale zuurstofverarming en dus een onevenwichtig milieu tot gevolg.

Vissen die ontsnappen uit de kwekerijen, kunnen concurrenten worden voor de wilde vissen, o.a. voor wat voedsel en leefgebied betreft. Ze kunnen ook ziekten overdragen of de wilde vispopulaties genetisch vervuilen, met een verlies aan biologische diversiteit als logisch gevolg.
Soms leidt aquacultuur zelfs tot de verdwijning van zee-ecosystemen. De industriële garnaalkwekerijen, bijvoorbeeld, zijn verantwoordelijk voor de verdwijning van kwetsbare ecosystemen zoals de mangroves in Zuid-Amerika. Bijna een kwart van de mangroves op onze planeet werd al opgeofferd voor de aanleg van kweekgebieden.

Een verkeerde oplossing?

In 2013 bracht de Noorse regering een communiqué uit met de aanbeveling aan zwangere vrouwen, jonge kinderen en adolescenten om de consumptie van hun gekweekte zalm beperkt te houden. Die zalm wordt immers behandeld met verschillende geneesmiddelen, antibiotica en zelfs pesticiden tegen de parasieten en ziekten die verband houden met het opeen gepakt zitten en de stress van de vissen in de kweekbassins.

Al die producten worden in te hoge concentraties teruggevonden in die kweekzalm, maar de wilde vissen die in de buurt van de Noorse kwekerijen leven, kunnen ze ook binnen krijgen, op hun beurt besmet raken en een risico voor de consument gaan vormen.

Een probleem dat frequent voorkomt in de zalmkwekerijen in Noorwegen is de bestrijding van zeeluizen met pesticiden. France 3 heeft een reportage gemaakt over deze problematiek.

Er bestaan echter meer duurzame alternatieven, zoals de Schotse Rode Label zalm of de Ierse biologische zalm.

Aanbevelen

Reeds gescande producten

Nieuwsbrief

RABAD