Internationale markt

Facebook Twitter
Aangezien tarwe een vijfde van de bewerkbare gronden op de planeet inneemt, is het de grootste graanteelt in de wereld en het op één na meest gegeten voedingsproduct voor de mens, na rijst.

De laatste jaren dient een almaar groter deel van de tarweoogst voor diervoeders en biobrandstoffen. Met een productie van 600 miljoen ton tarwe per jaar, die verhandeld wordt op de grote wereldbeurzen, is de tarwemarkt een goede illustratie van de mechanismen en de ontsporingen van het landbouwvoedingssysteem, zoals het zich internationaal ontwikkeld heeft in de voorbije zestig jaar.

Cultivering

In de industrielanden waar het grootste deel geteeld wordt, maakt tarwe het voorwerp uit van een intensieve teelt, die m.a.w. poogt de rendementen continu op te drijven en te maximaliseren, meestal zonder zich te bekommeren om de ecologische en sociale gevolgen. Het "rendement" is de geproduceerde hoeveelheid in verhouding tot de bewerkte oppervlakte. In de intensieve teelt zijn de tarwerendementen de laatste dertig jaar verdubbeld, hoofdzakelijk door meer gebruik te maken van machines, het inzetten van synthetische producten (mest, pesticiden enz.) en het selecteren van het zaaigoed.

Dankzij die intensieve teelt is de Europese Unie momenteel de grootste producent in de wereld, vóór China, India, Rusland en de Verenigde Staten (in dalende volgorde). Frankrijk – de kampioen van het gebruik van synthetische producten – en Duitsland zijn de grootste producenten binnen Europa en gaan prat op hun zeer hoge productierendementen.

Exporteurs

De drie belangrijkste exportlanden voor tarwe in de wereld zijn de Verenigde Staten (meer dan 20%), Frankrijk (de grootste Europese exporteur) en Canada. Een veertigtal landen voeren meer dan één miljoen ton tarwe per jaar in. Egypte en Algerije zijn de grootste importeurs. België staat ook bij de grootste importlanden, op de dertiende plaats in de wereldranglijst. Wij voeren meer dan de helft in van de broodtarwe die we verbruiken, hoofdzakelijk van bij onze buren Duitsland en Frankrijk, de grootste Europese producenten.

Importeurs

Meerdere ontwikkelingslanden en meer bepaald Afrikaanse landen zijn ook grote importeurs van tarwe, met Egypte en Algerije voorop. Begin maart 2012 schatte de FAO (Organisatie voor voedsel en landbouw van de Verenigde Naties) dat de armste landen met voedseltekorten bijna 33 miljard dollar zouden moeten uitgeven op de wereldmarkt voor de aankoop van granen, waarvan de helft voor tarwe.

Dat is een zeer zorgwekkende situatie omdat ze de voedselzekerheid van die arme en onder schuldenlast gebukt gaande landen gevaarlijk in het gedrang brengt. Tarwe is immers een basisvoedingsproduct dat onmisbaar is voor het overleven van de bevolking en de landen die er veel van invoeren, worden onvermijdelijk ook het zwaarst getroffen bij tekorten en forse prijsstijgingen, zoals in 2007-2008.

De hongerrellen van 2008 in Egypte illustreren perfect dat fenomeen. In dat land dat 60% van zijn tarwe invoert, zijn de sociale spanningen torenhoog opgelopen toen de prijs van het brood op enkele weken tijd explodeerde. Het was zelfs zo erg dat de regering brood moest gaan subsidiëren en dat een journalist "Egypte : de broodrellen" als krantenkop schreef.

Tegelijk vormt de volatiliteit van de prijzen een groot probleem voor de boeren in die ontwikkelingslanden : wanneer de prijzen laag zijn, dekken ze heel vaak niet eens de werkkosten noch de productiekosten (van zaaigoed, meststoffen enz.), en wanneer de prijzen stijgen, maakt de angst voor de volgende prijsdaling het voor de kleine producenten onmogelijk om hun werk te plannen en in hun bedrijf te investeren.

Landbouwvoedingsbedrijven

Onder de grootste actoren van de graansector vinden we landbouwvoedingsbedrijven die wereldwijd actief zijn. Enkele voorbeelden : Cargill, een Amerikaanse multinationale onderneming, controleert een kwart van de wereldhandel van tarwe, terwijl Nestlé, de grootste landbouwvoedingsgroep in de wereld, zijn gamma producten op basis van granen almaar verder uitbreidt, in partnerschap met General Mills, zelf de nummer één van de meelsector in de Verenigde Staten.

Al die reuzen vertegenwoordigen een kolossaal financieel gewicht en honderdduizenden banen over heel de wereld, wat hen heel vaak in staat stelt om hun regels op te leggen en ze voor een deel buiten de controle van de internationale instanties en van de overheden doet vallen.

Lettre d'information