Gevolgen

Facebook Twitter

Een van de rechtstreekse gevolgen van overbevissing is dat er soorten verdwijnen. Ondanks hun natuurlijk vermogen om hun aantallen te vernieuwen, kunnen hele zeevissoorten volledig verdwijnen door te intensieve bevissing. Het bekendste voorbeeld daarvan is – opnieuw – de blauwvintonijn uit de Middellandse Zee (thunnus thynnus), die niet ver meer van de uitsterving verwijderd is. De verdwijning van roofvissoorten, zoals de tonijn, brengt het evenwicht in de voedselketen uit balans en leidt tot een (te) sterke toename van andere soorten, zoals kwallen.

Uit overbevissing vloeit ook een afname van de visproductie voort, die niet zonder gevolgen blijft op economisch en sociaal vlak, vooral in de landen van het Zuiden. Voor 950 miljoen mensen is vis immers de belangrijkste bron van dierlijke eiwitten. De oceaan is hét middel van bestaan voor 200 miljoen mensen. De sociale gevolgen zouden dramatisch kunnen zijn. Nooit eerder waren populaties voor hun welzijn zo sterk afhankelijk van de visserijsector.

Volgens ramingen van de FAO is het zo dat, als we de visbestanden toelaten zich te regenereren, de productie met 16,5 miljoen ton zal verbeteren en de jaarlijkse inkomsten uit visserij met 32 miljard dollar zullen stijgen. Dat zal tevens de bijdrage van de zeevisserij aan de voedselveiligheid, aan de nationale economieën en aan het welzijn van de kustbevolkingen vergroten.

Agenda

Lettre d'information